Inspiratie voor morgen

Wheeler constateerde een groot risico: het ‘politicologiseren’ van het onderwijs. Zijn advies: koppel het onderwijs los van de politiek. (Harde) data en resultaten van toetsen zijn bepalend voor het succes van scholen. Er zijn plekken waar leraren worden betaald naar de resultaten van de leerlingen. Het zou in het onderwijs meer moeten gaan om een leven lang ontwikkelen, in plaats van een leven lang leren. En veel van dit ontwikkelen vindt plaats buiten school. 

 

 

"Het belangrijkste om te veranderen is: begin met vragen stellen." (Rotmans)

 

 

 

De kinderen die nu opgroeien zijn de ‘Wikipedia-generatie’ (de knip en plak generatie). Dat vraagt om andere vaardigheden. Kennis hebben is niet meer bepalend, maar wel dat je weet waar je kennis kunt vinden en hoe je deze kunt interpreteren en gebruiken. Dat moeten we kinderen leren. Dit vraagt om multi- en interdisciplinair leren; op een handige manier vakken integreren. Thematisch- en projectonderwijs, waar alle kennis en vaardigheden in geïntegreerd zijn. Bovendien moeten kinderen meer ruimte krijgen om struikelend te leren. 

 

Betrek de leerlingen bij het ontwerpen van het onderwijs van morgen.” (Tony Wheeler)

 

Kind, leraar, pedagogiek en didactiek centraal

We zullen nog beter naar het kind moeten kijken; wat is in het belang van het kind. Maar ook naar de leerkracht; we zullen hen moeten aanspreken op hun passie en talenten. Hen vanuit deze passie zelf hun onderwijs laten maken en laten experimenteren. Een belangrijk onderdeel om aan te pakken is toetsing; hoe maken we leren inzichtelijk en welke gereedschappen zijn daarvoor nodig?

 

Download hier de presentatie van Tony Wheeler

 

"Bij goed onderwijs staan lesinhoud en didactiek centraal, ICT-middelen kunnen hierbij ondersteunen." (Sointu)

 

Technologie ondersteunt

Er is soms enige terughoudendheid of angst voor technologie, vooral op vlakken waar het ons mensen het meest raakt. Bijvoorbeeld bij robots die lijken op mensen. Dit heeft te maken met het gevoel dat technologie steeds slimmer wordt en wij niet. Maar dat is een misvatting; wij mensen worden ook steeds slimmer.

 

Mensen raken het makkelijkst vertrouwd met technologie als ze leren het zo praktisch mogelijk te gebruiken. Leraren kunnen in netwerken en door middel van peer coaching kennis op doen van ICT-middelen en de mogelijkheden ontdekken hoe deze middelen in het onderwijs kunnen worden ingezet.

 

Het TPACK-model kan leren helpen kritisch na te denken over de eigen kennis en de kennis die nodig is om ICT-middelen effectief in te zetten bij de lesinhoud en didactiek. TPACK kan leiden tot andere manieren van lesgeven/een veranderende rol van de leraar, zoals bijvoorbeeld Flipped classroom of blended learning.

 

Download hier de presentatie van Erkko Sointu

 

“Innovatief gebruik van ICT en flexibele leerruimtes moeten hand in hand gaan.” (Verswijvel)

 

Leerruimte ondersteunt

Om actief leren te bevorderen moet gekeken worden naar de pedagogiek, de technologie en de leerruimtes. Bij leerruimtes ligt de focus op de pedagogiek. De leeromgeving moet inspirerend en uitdagend zijn en leerlingen mogelijkheden bieden zich optimaal te ontwikkelen. “Zelfs kleine veranderingen in bestaande klaslokalen en andere ruimtes binnen een school zullen een wezenlijke impact hebben op onderwijs en leren. Het werken in een gloednieuwe school is geen voorwaarde voor succes.” (Verswijvel)

 

Bij leerruimte kijk je naar verschillende niveaus: de klas, de school en buiten school. Leerruimtes hebben verschillende dimensies:

  • horizontale laag: de stoelen en tafels in een ruimte. In het onderwijs gaan we vaak nog uit van vaste posities. Van belang is meer te kijken naar de vloer en die zoveel mogelijk vrij te maken. Zorg voor flexibele ruimte (bijvoorbeeld door flexibele meubelen aan te schaffen).
  • verticale laag: wat zie je op de muur en wat wil je zien? Nu zie je in lokalen vaak nog afgewerkte producten. Maar je kunt ze ook gebruiken om samen te werken en/of het leerproces te delen.
  • virtuele laag: ICT wordt nog te weinig gezien als een leerruimte. Het is van belang er goed over na te denken hoe je vanuit de blik van leerruimte deze virtuele laag inricht.

Binnen leerruimtes kun je nadenken over waar en hoe je verschillende leerzones een plek geeft (dit geldt ook voor de virtuele laag). Interessante leerzones die actief leren stimuleren zijn:

  • samenwerken
  • onderzoeken
  • creëren
  • presenteren (delen en feedback geven)
  • onafhankelijk leren (development zone)
  • korte instructie/eigen ruimte om zelf te leren

Download hier de presentatie van Bart Verswijvel

 

 

 

“Experimenteer in je school. Geef als leider richting aan waar experimenten aan moeten bijdragen en kaders waar ze aan moeten voldoen.”(Van Wetering)

 

Leiding geven aan verandering

In een organisatie wil doorgaans 25% wel veranderen, maar kan dit niet. 25% kan wel veranderen, maar wil niet en 40% kan en wil niet veranderen. Slechts 10% kan én wil veranderen. Reis in tijden van chaos zo licht mogelijk en begin de verandering met deze kleinere groep voorlopers. Wees transparant over wat je doet naar de rest van de organisatie; geef je visie, licht toe en leg uit. Geef leraren die niet voorop willen of kunnen lopen tijd; laat hen weten dat je niet verwacht dat ze voorop lopen, maar vraag ruimte voor anderen om dat wel te doen. Creëer zo organisch draagvlak. Vier de kleine successen. Dit draagt bij aan 'de lange adem' die je voor een verandering nodig hebt; echt fundamentele veranderingen duren zo'n 10 jaar.

 

Om te kunnen veranderen heb je koplopers, verbinders en kantelaars nodig. Dit zijn drie verschillende rollen, voor verschillende mensen. Een kantelaar geniet van weerstand, heeft charisma en is een visionair leider.

 

Download hier de presentatie van Rhonda Christensen