Onderwijs van vandaag

“We zitten niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk. In een enorme transitie, een kantelperiode. Een periode van chaos, de eerste na de industriële revolutie in de 19e eeuw. Het systeem waarin we zitten heeft ons lange tijd geholpen, maar past niet meer. Maar we zijn nog steeds 19e eeuws georganiseerd (top-down); ook in het onderwijs. We sturen vanuit rendement. Maar bij rendement gaat het om controle en die zijn we al lang kwijt.” (Rotmans)
 

Een groot deel van wat er nu gebeurt, is herkenbaar bij alle transities. Zo levert elke grote omwenteling een kloof op tussen bijvoorbeeld arm en rijk en hoog- en laagopgeleiden. En is de grootste belemmering bij elke transitie de mens zelf: mensen willen niet veranderen. Het is menseigen om vooral te zoeken naar redenen buiten onszelf om niet te veranderen. Ook reacties van mensen op chaos zijn herkenbaar en te verdelen in angst, verzet en actie (in de vorm van burgerinitiatieven, zoals het oprichten van coöperaties).

 

 

In deze nieuwe tijd ontstaat een andere economie waarvan data de smeerolie zijn. We gaan van massaproductie naar productie voor de massa. Daarbij gaat de hele keten op de schop en overbodige schakels worden eruit gehaald. Alleen partijen die waarde toevoegen blijven over. “Als je dit doortrekt naar het onderwijs: hebben we dan nog wel scholen nodig, als alle kennis overal beschikbaar is?” (Rotmans)

 

Download hier de presentatie van Jan Rotmans

 

 

De urgentie tot veranderen in het onderwijs

In het onderwijs wordt de urgentie tot veranderen gevoed door een aantal ontwikkelingen die met elkaar samenhangen. Ontwikkelingen die aan de ene kant de urgentie om te veranderen vergroten, maar tegelijkertijd mogelijkheden bieden om het onderwijs te vernieuwen:

  • een sociaal maatschappelijk veranderende context;
  • snelle technologische ontwikkelingen;
  • ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

 

Sociaal maatschappelijk veranderende context

Het huidige onderwijssysteem knelt. Er is veel uitval (onder leerlingen en leraren), de werkdruk wordt als te hoog ervaren, het aantal leerlingen met een label neemt toe en passend onderwijs werkt niet zoals het is bedoeld. De aansluiting op het vervolgonderwijs verloopt niet altijd soepel, zowel tussen het p.o. en het vo als naar het vervolgonderwijs (mbo, hbo of wo). Binnen het onderwijs is sprake van toenemende segregatie (Onderwijsraad, 2018). Daarbij neemt de diversiteit in de maatschappij toe. De meeste scholen spelen hier echter nog te weinig op in. In onderwijsteams is de diversiteit nog gering, terwijl diversiteit het intellectueel vermogen van teams vergroot en kan bijdragen aan creatieve oplossingen. Diversiteit vraagt om andere manieren van samenleven en leert leerlingen anders naar de wereld te kijken. 

 

“Als je elke leerling gelijk behandelt, krijg je ongelijkheid. Het gaat om gelijke rechten.” (Rotmans)


Razendsnelle technologische ontwikkelingen

Nieuwe technologische ontwikkelingen zoals artificial intelligence, virtual reality, augmented reality, persoonlijke devices, big data komen in hoog tempo op het onderwijs af. Ze bieden mogelijkheden om beter te kunnen aansluiten bij de leerbehoeften van leerlingen, het curriculum te verrijken en het onderwijs anders te organiseren.

 

Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt

Het lerarentekort (door onder andere het imago van het vak en de werkdrukbeleving) en de veranderende kijk op werken (langer doorwerken, een leven lang leren, flexibilisering) vragen om andere denkpatronen en een andere organisatie van het onderwijs. De meeste mensen die kiezen voor het onderwijs willen niet meer een leven lang voor de klas staan en hebben behoefte aan andere loopbaanperspectieven. Een en ander vraagt om nieuwsgierige leraren, diversiteit in loopbaanpaden en een werkomgeving die ontwikkeling stimuleert en medewerkers bindt en boeit.

 

“Er is in het onderwijs de laatste jaren te weinig geïnvesteerd. Het systeem is nog gebaseerd op de productielijn. De nadruk ligt op het overdragen van algemene kennis en het testen van verworven kennis. Leraren weten dit en willen veranderen, maar krijgen het niet gekanteld.” (Wheeler)